Leidsch Dagblad, 27-10-2008
"10 Jaar van de Straat", nieuw programma van slagwerkgroep Percossa. Gezien: 25/10, schouwburg Leiden
Het is een professionele slagwerkgroep. Dus dat Percossa voor spetterend slagwerk kan zorgen, ligt in de lijn der verwachting. Op dat punt stellen Niels van Hoorn, Janwillem van der Poll, René Spierings en Eric Robillard, tezamen Percossa vormend, in de Leidse Schouwburg op geen enkele wijze teleur. Deze vier percussionisten verstaan hun vak op een aanstekelijke wijze. Tijdens het concert geef je je al gauw over aan het brede scala van ritmepatronen, waarvan de herkomst heel divers is. Het ene moment herken je een eenvoudig klompendansje. Meestal echter brengen ze complexer werk, waarvan de Afrikaanse of Latijns-Amerikaanse roots goed herkenbaar zijn.
Geraffineerd zijn met name de nummers waarin patronen steeds een beetje verschuiven. Naast het optreden in binnen- en buitenland zijn de Percossa-leden ook actief als componisten-collectief voor moderne-dansvoorstellingen van gerenommeerde internationale gezelschappen.
De specialiteit van Percossa ligt dus in het spelen van slagwerk. Hoe goed dat ook mag zijn, het moet wel avondvullend kunnen boeien. De ambitie is duidelijk: hun vorm van muziek maken moet entertainment-waarde hebben. Daartoe hebben zij de assistentie ingeroepen van Karel de Rooij (Mini & Maxi), een autoriteit als het gaat om de combinatie van bijvoorbeeld muziek en humor. Op aanraden van De Rooij is Hans Minnaert, een deskundige op het gebied van beweging en choreografie, aangetrokken. Verwonderlijk is dat overigens niet, wanneer je ziet hoe de vier percussionisten binnen hun uitgebreide instrumentarium rondrennen en de patronen van hun slagwerk ook naar visuele beweging willen vertalen.
Het overtuigende resultaat van deze samenwerking heeft geleid tot een nieuw programma '10 jaar van de straat' dat dit weekeinde in Leiden in première is gegaan.
De voorstelling begint klein. Eerst is er de visuele grap met lichteffecten waardoor het lijkt alsof de vier Percossa-ledden boven de grond zweven. Daarna is er een vorm van bodypercussion, waarbij met de handen op het lichaam tal van ritmes worden geproduceerd. Dat duurt niet lang, al tamelijk snel komen er diverse trommels, balletjes aan een touw of gekleurde buizen bij. Overal blijkt geluid in te zitten. Steeds is er het haarfijn op elkaar afgestemde ensemblespel, af en toe met een solo plus begeleiding afgewisseld. Een enkel showeffect wordt niet geschuwd; perfect in het ritme slaan de vier heren elkaar om beurten op het hoofd. En het wordt in slow-motion nog eens dunnetjes overgedaan.
Na de pauze pakt Percossa echt spectaculair uit. Op het podium staat een veelheid aan percussie-instrumenten opgesteld. Felle, opzwepende ritmes, ondersteund door zware trommelslagen, vormen de hoofdmoot. De show is uitgekiend opgebouwd, de energie spat van het podium: nu mag alle slagkracht spetteren.
Wijnand Zijlstra